Over breedband

BreedbandIn de eerste jaren van internet maakte de doorsnee gebruiker in Nederland met behulp van het telefonienetwerk en een inbelmodem verbinding met het world wide web. Halverwege de jaren negentig kwamen verbindingen die hogere snelheden boden. De gebruiker kon bovendien tegen een vast maandbedrag voortdurend online zijn. Het begrip ‘breedband’ deed zijn intrede.

Voor breedband worden verschillende definities gehanteerd. De ontvangstsnelheid (download) van de verbinding geldt hierbij in de regel als maatstaf. Deze maat staat overigens niet stil. In 2006 stelde de internationale organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling OESO nog een downloadsnelheid van 256 kilobits per seconde als minimum. Vandaag de dag zullen weinigen dit nog als breedband ervaren.

De kilobits hebben inmiddels plaatsgemaakt voor megabits en zelfs gigabits. Als het aan de Europese Commissie ligt, hebben in 2020 alle Europese huishoudens toegang tot een internetverbinding van minimaal 30 megabits per seconde (Mbps) en beschikt ten minste 50% van de Europese huishoudens over een internetverbinding van meer dan 100 Mbps. Een downloadsnelheid van 30 Mbps is op dit moment een reëel uitgangspunt om van hoogwaardig breedband te kunnen spreken.

In Nederland zijn op dit moment twee netwerkinfrastructuren die als 'next generation access network' (NGA) worden beschouwd: het netwerk van de kabelaars (HFC) en glasvezel. Bij zowel kabelinternet als glasvezelinternet zijn abonnementen met downloadsnelheden van 30 Mbps of hoger leverbaar. Als informatiedrager kunnen beide dus als hoogwaardig breedband worden aangemerkt. In de praktijk zijn er wat betreft de verzendsnelheid (upload) en de openheid van het netwerk echter wel verschillen tussen kabelinternet en glasvezel. 

 

 


Glasvezel Scan
Breedband voor bedrijven, burgers of meteen voor iedereen? Ontdek de kansen binnen uw gemeente!